Skip to content Skip to footer
Telefoon 0850600855
9.3
gewaardeerd op
ZorgkaartNederland
Patiënten Verwijzers

Transgenderzorg

Op verwijzing van uw genderteam, psychologenpraktijk of huisarts kunt u een afspraak maken bij onze afdeling Transgenderzorg. De voorwaarde is dat het desbetreffende team heeft besproken dat de real-life-fase positief is afgesloten. Ook moeten wij voor sommige zorg eerst toestemming van uw verzekeraar aanvragen. Dan pas kunnen wij u behandelen en worden de kosten vergoed.

De stappen voor gendertransitie

Als u minimaal een jaar hormoonbehandeling en sociale transitie heeft gehad, dan gaat u samen met onze specialisten in gesprek over de volgende stappen in uw traject. Uit de gesprekken met de psycholoog moet duidelijk worden dat u klaar bent om de – vaak ingrijpende – operaties te ondergaan. De operatieve ingrepen worden uitgevoerd door onze plastisch chirurgen. Als u een transitie van vrouw naar man doormaakt, dan worden de gynaecoloog en de uroloog in uw behandeling betrokken. In overleg met uw psycholoog krijgt u tot en met de operaties begeleiding op psychisch vlak en op aanvraag ook na de operatie.

Genderbevestigende operaties

De genderbevestigende operaties zijn de laatste en meest ingrijpende stap in uw transitie. De desbetreffende ingrepen worden uitvoerig en met behulp van beeldmateriaal met u op de poli besproken. Als het operatieplan duidelijk is, wordt u op de wachtlijst geplaatst.

Man-naar-vrouw-ingrepen

Bij man-naar-vrouw-transgenders kan er een borstvergroting en een vaginaplastiek plaatsvinden, als u dat wenst. Tijdens de vaginaplastiek wordt van het weefsel van de penis en scrotum de vagina gecreëerd. Hierbij worden onder andere de zwellichamen verwijderd, net als de testikels.

Vrouw-naar-man-ingrepen

Bij vrouw-naar-man-transgenders zijn de borsten, eierstokken, eileiders en baarmoeder al in een eerder stadium – en waarschijnlijk in een ander ziekenhuis – verwijderd. In onze kliniek combineren wij deze ingrepen met de genitale reconstructie-operaties, als u dat wenst. Hierdoor hoeft u dus minder vaak geopereerd te worden. Welke type penisreconstructie wordt verricht, is afhankelijk van uw wensen en verwachtingen. Tijdens een metadoïoplastiekoperatie wordt van de clitoris een minipenis gecreëerd. Een phalloplastiek geeft een grotere penis.

Als u heeft gekozen voor een operatie in etappes, dan is er tijd tussen de ingrepen ingepland zodat u kunt herstellen van de vorige operatie en u goed kunt voorbereiden op de volgende ingreep.

Veelgestelde vragen

1. Mijn ontlasting is te hard voor een soepele stoelgang. Wat moet ik doen?
  • Eet voldoende vezelrijke producten zoals groenten, fruit, peulvruchten, noten, volkoren granen en aardappelen. Deze voedingsproducten zijn belangrijk voor de spijsvertering en helpen daarmee aan een soepele stoelgang.
  • Drink ruim water; dagelijks 1,5 – 2 L. Hiermee zorg je ervoor dat er voldoende vocht in de ontlasting zit om soepel te blijven.
  • Blijf niet de hele dag op bed liggen, maar loop af en toe een rondje door het huis of in de straat. Door te bewegen stimuleer je je darmen om meer in actie te komen. Let wel op dat je niet te veel gaat bewegen om zwelling van het operatiegebied te voorkomen.
  • Mocht dit niet helpen, kan je Microlax of een soortgelijk klysma bij de drogisterij halen om de stoelgang om gang te helpen.
2. De katheter loopt minder af dan normaal. Wat nu?
  • Kijk of de katheterslang niet per ongeluk dicht is en of er geen knik in zit.
  • Leg de katheterzak in een bak of emmer op de grond. Door de zwaartekracht kan de urine dan beter aflopen.
  • Soms zit er een klein bloedstolsel vast in de slang. Je kan proberen deze door te spoelen door de slang even dicht te knijpen en dan weer los te laten (‘kikkeren’).
  • Ga bij jezelf na: heb je wel voldoende gedronken? Hoe geconcentreerd is de urine? Wanneer heb je de katheter voor het laatst geleegd?
  • Soms kan het inwendige ballonnetje van de katheter blaaskrampen veroorzaken, waardoor je het gevoel krijgt alsof je moet plassen. In sommige gevallen kan het helpen om de blaas niet volledig te legen, zodat het ballonnetje niet tegen de blaaswand kan schuren en kan irriteren. Indien dit niet helpt en de blaaskrampen erg vervelend zijn, kunnen we medicatie voorschrijven om de blaas tot rust te laten komen.
3. De katheter is verwijderd, maar het lukt me niet om te plassen. Wat nu?
  • Om uit te kunnen plassen moeten je bekkenbodemspieren en blaashalsspieren goed kunnen ontspannen. Dit kan je bevorderen door een comfortabele houding aan te nemen, afleiding te zoeken en jezelf de tijd te gunnen. Eventueel kan je proberen om onder de douche te plassen door lauwwarm water over het wondgebied te laten stromen.
  • Drink een flinke hoeveelheid water (bijv. 4 glazen) en kijk of de urineproductie op gang komt. Lukt het nog steeds niet om te plassen? Bel dan de spoedlijn (085-0600854)
4. Is het normaal dat het operatiegebied er zo blauw/paars en gezwollen uit ziet?
  • Ja, dit is normaal. De operatie kan een bloeduitstorting veroorzaken die door de zwaartekracht door kan lopen tot aan de billen. Door bloed en wondvocht in het wondgebied kan het ook flink gaan zwellen. Soms is dit aan de ene kant meer dan aan de andere kant, dit is ook normaal.
  • Het wondgenezingsproces heeft tijd nodig, maar je kunt een handje helpen door strak ondergoed te dragen, het operatiegebied te masseren, te koelen m.b.v. een coldpack en door niet te veel te mobiliseren.
5. Het dilateren gaat lastig. Wat kan ik doen?
  • In de meeste gevallen ontstaan problemen met het dilateren door te hoge bekkenbodemspanning. Als je deze spieren aanspant (bewust of onbewust) wordt de ingang van de vaginaschede nauw en gaat het dilateren pijn doen. Het is dus belangrijk dat je de bekkenbodemspieren zo ontspannen mogelijk houdt.
  • Druk, voordat je gaat dilateren, met je vinger op de bodem van de vaginaschede ingang. Hierdoor voel je de spierspanning van je bekkenbodemspieren. Neem een comfortabele positie aan, probeer je hele lichaam te ontspannen en focus op je ademhaling. Pak een rustig moment om het dilateren ontspannen uit te voeren.
  • Andere tips om je bekkenbodem te ontspannen vind je via deze link: [link].
  • Indien je lange tijd niet hebt gedilateerd, kan het zijn dat de huid van de vaginaschede strakker is geworden waardoor het dilateren in het begin moeilijker gaat. Begin met een kleine(re) maat en bouw langzaam op.
6. Ik heb vaginaal bloedverlies tijdens of na het dilateren. Moet ik mij zorgen maken?
  • Nee, daar hoef je je geen zorgen over te maken. Ga door met het dilateren en gebruik een inlegger om het bloedverlies op te vangen.
  • Vaginaal bloedverlies kan ontstaan door kleine scheurtjes in de huid van de vaginaschede, zeker wanneer je enige tijd niet hebt gedilateerd. Het is dan belangrijk dat je niet stopt, maar juist vaker gaat dilateren. De scheurtjes genezen vanzelf, waarna het bloeden ook zal stoppen.
  • Soms ontstaat er wildvlees in de vaginaschede. Dit kan gepaard gaan met vaginaal bloedverlies, afscheiding en een sterke (onaangename) geur. Ook hier hoef je je geen zorgen om te maken, tijdens je volgende controle afspraak kan dit worden behandeld. Indien je geen controle afspraak hebt staan, kun je hiervoor een afspraak maken.
  • Stopt het bloeden niet? Neem dan contact op met de kliniek (085-0600854)
7. Er komt een onaangename geur uit de vaginaschede. Hoe kan ik dit verhelpen?
  • Achterblijvend vocht in de vaginaschede, door wondvocht, glijmiddel of door het spoelen, kan een onaangename geur veroorzaken. Maak daarom altijd de vaginaschede goed droog na het dilateren door met twee vingers op de bodem te drukken om zo het vocht eruit te laten lopen.
8. Hoe moet ik de oppervlakkige wondjes verzorgen?
  • Oppervlakkige wondjes komen vaak voor en kunnen wondvocht en wondbeslag veroorzaken. Het belangrijkste is dat je de wondjes goed schoon en droog houdt. Dat houdt in dat je het operatiegebied goed spoelt met (bijv.) de douchekop en deze daarna droog maakt met een schone handdoek en een gaasje voor tussen de plooien. Eventueel kan je het gebied daarna een tijdje aan de lucht laten drogen.
  • De wondjes zullen vanzelf genezen, maar dat kan dagen tot weken duren.
9. Een stuk van de tampon is losgegaan. Wat moet ik nu doen?
  • Is het gebeurd tijdens de toiletgang? Knip dan het ‘vuile’ gedeelte af en verpak het geheel weer met maandverband en strak ondergoed.
  • Is het spontaan gebeurd? Probeer dan het gaas voorzichtig terug te duwen en pak het geheel weer in. Blijft er een stuk uit hangen of twijfel je? Knip dit stuk dan af.
Vacancies form

Maximum file size: 516MB

Scholingen Registration
Information Evening Registration
Catering (heeft u allergieën)

Andere personen (maximaal 2 personen extra)